Victor Démé

Veteraan maakt prachtdebuut. Al dertig jaar is Victor Démé in zijn land een bekende verschijning, maar tot een plaatopname was het nooit gekomen. Burkina Faso is een buurland van Mali en telt maar liefst zestig verschillende etnische bevolkingsgroepen. Niettemin is het muziekklimaat in Burkina slechts een schaduw van dat van Mali dat een ongelooflijk rijk geschakeerd muzikaal landschap kent. Het muzikale talent is er wel in Burkina, maar komt nauwelijks de landsgrenzen over. Misschien dat de release van deze zeer fraaie plaat daar verandering in brengt. Démé is afkomstig uit de griot-traditie van de Mandinke en kun je dus feitelijk als een singer-songwriter beschouwen. Burkina Moussou is een ode aan de vrouw die volgens Démé het land hebben opgebouwd. Dala Mogoya, het slotnummer van de plaat grijpt terug op de Mandinketradities met fraaie samenzang en begeleiding op kora, balafon. Het meeste liedjesmateriaal op deze plaat is laidback van sfeer en wordt vooral akoestisch ingekleurd. Heel verrassend is Deni Kamba waarin opeens een trombone te horen is. Op het eerste gehoor denk je dat het een oppervlakkig plaatje is, maar naarmate je de cd vaker draait, valt het oorspronkelijke talent van Démé steeds meer op. Hij is een uitstekend zanger - luister eens naar Djon’Maya- en een zeer begenadigd songsmid. De arrangementen zijn bluesy, hebben soms een latin tintje of klinken folky. Ondanks de verscheidenheid aan stijlen, is de plaat vooral vanwege de prachtige stem van Démé een fraaie eenheid, een pareltje dat bij elke draaibeurt meer schoonheid prijs geeft. ****



Compleet werk van Penguin Café Orchestra opnieuw uitgebracht

Beethoven of Terry Riley? De excentrieke Britse muzikale alleseter Simon Jeffes was de geestelijk vader van The Penguin Cafe Orachetra, een van de meest wonderlijke orkestjes die de popmuziek ooit voortbracht. Het ensemble dat in wisselende samenstelling vijf platen opnam tussen 1974 en 1991 begon aanvankelijk op het Discreetlabel van Brian Eno in de eerste helft van de jaren zeventig. Dat label was opgezet voor muzikanten als Harold Budd en Jon Hassell die sterk neigden naar minimal music. Het debuut van de Penguin Cafe Orchestra is dan ook hun minst toegankelijke plaat. En toch had de muziek ook de nodige humor, onder meer doordat Jeffes je op het verkeerde been zette door serieus klinkende instrumenten als cello, violen, hobo en cimbaal te combineren met bijvoorbeeld de ukelele. Ook de titels waarmee Jeffes zijn liedjes tooide, spreken boekdelen, zoals The sound of someone you love who is going away and it doesn’t matter, wat dan ook niet melancholisch van toonzetting is. De tweede plaat, simpelweg Penguin Café Orchestra geheten, is veel makkelijker verteerbaar dan het debuut. De fraaie mix van kamermuziek en folk klinkt als popmuziek en brengt je ontegenzeglijk in een vrolijke stemming. De meeste nummers zijn door Jeffes geschreven, maar een cover van een liedje van The Ventures Walk don’t run wordt moeiteloos in de strijkersarrangementen gepast. Het piepgeluid van een inmiddels ouderwets klinkende telefoon transformeert op sierlijke wijze in een mooie strijkersballade. De muziek is zwaar romantisch, maar dat ligt er nergens dik bovenop, waardoor de cd bij eerste beluistering al aangenaam klinkt, maar ook bij herhaald luisteren nog veel genoegen schenkt. Dit tweede album vormt de beste entree tot het werk van de pinguïns. Op Broadcasting from Home zet Jeffes zijn muzikale ingeslagen weg van de tweede cd voort, maar verrast met subtiele blaasarrangementen waardoor het muzikale palet nog rijker wordt. De laatste studioplaat Signs of life bevat onder meer het fraaie Perpetuum mobile, dat inmiddels menig documentaire heeft begeleid en ook een Michael Nyman niet onbekend in de oren zal klinken. When in Rome is een fraaie maar beetje overbodige liveplaat hoewel de plaat wel een mooie dwarsdoorsnede biedt uit het werk van dit smaakvolle ensemble. Mooi, deze heruitgave. De platen waren nauwelijks verkrijgbaar. Nu kan een nieuw publiek met het unieke werk van deze groep kennis maken.



 
Ricardo Tesi – Presente Remoto

Ricardo Tesi uit Toscane is een accordeonvirtuoos die zich al jaren lang met soepel gemak beweegt tussen folk, volksmuziek, jazz en de muzikale tradities van uiteenlopende regio’s als Baskenland, Madagascra en natuurlijk zijn eigen Toscane. . Hij is componist, maar stelt ook net als een Ry Cooder, groot belang in muzikale archeologie. Ondanks zijn succesvolle al dertig jaar durende carrière heeft Tesi nooit sterallures ontwikkeld en is hij altijd een musician’s musician gebleven. Zijn 30-jarig jubileum viert hij met Presente Remoto, een cd waarop hij een keur aan muzikale vrienden van heden en verleden op een cd samenbrengt. Zo zijn onder meer Gabriele Mirabassi, Daniele Sepe, Stefano Bollani, Gianmaria Testa, Gavino Murgia en de strijkers Quintetto Arcaea van de partij. Als vanouds is de cd een heerlijke mix van stijlen waarbij jazz en folk toch wel de boventoon voeren. ***1/2